RAVITCH operatie - SPESWEB_X5

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

RAVITCH operatie

BEHANDELING

Meyer (1911) en kort daarop ook Sauerbruch (1913) waren de eersten die een chirurgische correctie van een pectus excavatum uitvoerden.   Ravitch introduceerde in 1949 zijn operatieve techniek voor de behandeling van pectus excavatum.  Zijn techniek werd in 1957 en 1958 nog aangevuld door Baronofsky en Welch, waarbij het perichondrium werd gespaard en een osteotomie van het sternum werd verricht.  De techniek zoals deze heden ten dage wordt uitgevoerd is hierna niet meer in essentie veranderd.
In het AtriumMC in Heerlen wordt een gemodificeerde Ravitch-techniek toegepast. Deze procedure  start met een incisie over het sternum. Het sternum en ribkraakbeen wordt beiderzijds vrijgemaakt naar lateraal. Hierna wordt het perichondrium van de ribben scherp geopend en wordt rib voor rib het ribkraakbeen in toto verwijderd. Als al het ribkraakbeen is verwijderd wordt een transverse osteotomie van het sternum verricht. Hierna wordt het sternum 4-5 cm opgetild en in de nieuwe stand gefixeerd
met een hoekstabiele plaat-schroefosteosynthese, waarbij gebruik wordt gemaakt van twee  LCP-platen. Tenslotte wordt het perichondrium weer gehecht. Subcutis en huid worden gesloten.
Complicaties
Zoals bij elke ingreep komen ook bij deze ingreep complicaties voor.  Gezien de nog geringe ervaring met de Ravitch-procedure bij ouderen kunnen hier nu nog geen exacte cijfers over gegeven worden.  
De Amerikaanse chirurg dr. E.Fonkalsrud en anderen vermelden als complicatie:
1. slechte wondgenezing: infecties; keloid vorming (lelijke littekens)2. seromen (zwelling door wondvocht) en abcessen
3. longproblemen: atelectase, pneumothorax, pleuritis
4. recidief pectus excavatum; pseudoarthrose van het sternum.




  thoraxskelet, het ribkraakbeen is
  blauw gekleurd

     Hoekstabiele titanium LCP-plaat

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu